075 – Madonna in de korenaren

Keramiek, met blauw, violet en geel glazuur, h. 119 cm (ingemetseld in muur bijgebouw)

In landbouwculturen ontwikkelde zich van oudsher een religieus bewustzijn dat gericht was op de vrouw:
de verering van de Grote Moeder als personificatie van vruchtbaarheid
en steeds weerkerend leven uit de schijnbaar dode aarde.
Zowel het jodendom als het daaruit voortgekomen christendom en islam,
godsdiensten van streng patriarchale herdersvolken, hebben de vrouw een ondergeschikte plaats toebedeeld.
De verering voor de Grote Moeder zat echter te diep om zomaar opzij te kunnen schuiven.
Haar laatste heiligdom werd weliswaar in de vierde eeuw n.Chr. door de Byzantijnse keizer Theodosius vernield,
maar ze leeft triomfantelijk voort in de diepe verering voor de Madonna Maria, de zoveelste gestalte van de Grote Moeder.
Het devies van het christendom 'verander heidense goden in heiligen',
maakte dat de korenaren van de Grote Moeder vanaf de Middeleeuwen een motief werden van Maria met het Kind Jezus.
Het koren werd daarbij een symbool van Christus.
Zoals het koren eerst moet sterven opdat het graan gebakken kan worden tot brood,
zo moest Christus eerst sterven opdat door zijn dood de mensheid verlost zou worden van de erfzonde.
Christus wordt in het evangelie van Johannes voorgesteld als het levende brood (Johannes 6, 35).

Zo combineert dit werk van Jac Maris de tijdloze idylle van de Grote Moeder
met het christelijk thema van dood en redding.
Waarschijnlijk was het oorspronkelijk bestemd voor een wegkapelletje.


Een afbeelding is als kunstkaart verkrijgbaar in onze winkel.

Bel ons