In 1949 kreeg Maris opdracht van een comité van oud-verzetsmensen uit Gennep om een herdenkingsmonument te ontwerpen. Hij koos als motief de Bijbelse parabel van De Barmhartige Samaritaan, waarmee hij niet het idee van de dood in beeld wilde brengen, dat voor de nabestaanden telkens weer een pijnlijke herinnering zou zijn, maar dat van de offerzin en de naastenliefde, die met name bij de verzetsmensen zo’n belangrijke drijfveer was geweest.

De gevallen helden, in oorlog en verzet, kunnen niet beter worden geëerd dan voor hen op te richten een monument, een standbeeld van de offerzin en van de naastenliefde, aldus Maris zelf.

Het monument, onthuld op 20 juni 1953, stelt een mannenfiguur te paard voor met een gewonde strijder op zijn schoot. Het beeld is geplaatst op een bakstenen voetstuk, waar in de voet een perkamenten oorkonde met de namen van 54 verzets- en oorlogsslachtoffers uit Gennep is gemetseld. De plaat op het voetstuk heeft een tekst van Anton van Duinkerken:

HET LEVEN DAT ZIJ
VOOR DE VRIJHEID GAVEN
VERBIEDT ONS TE
LEVEN ALS ANGSTIGE SLAVEN

Het gedenkteken is 3 meter hoog. Oorspronkelijk was het beeld vervaardigd uit witte natuursteen, maar in 1993 is het vervangen door dit exemplaar.
Als overgang tussen sokkel en beeldengroep bracht Maris een fries aan met kleine figuren, zoals hij ook zou doen met het monument op Plein 1944 in Nijmegen. In dit fries ziet men gevangenneming, slavernij, mishandeling, vrouw en kind voor de gevangmuren, executie, vervolging, achter de tralies, voor de rechter en als een tempel: twee biddende handen, ’n hulproep van mensen tot God. Daarmee was de naastenliefde op groot formaat uitgebeeld, de misere van de oorlogsrealiteit op klein formaat eronder.

Ons museum bezit een model van de barmhartige Samaritaan (catnr. 068) dat mogelijk een van de ontwerpen is geweest die Maris het comité heeft voorgelegd.